Plaatsingstechnieken buitenvloeren

Plaatsingstechnieken Buitenvloeren

Extra informatie wat betreft plaatsingstechnieken buitenvloeren:

 

Buitenvloer met drainage laag van korrelig materiaal of zandbed.
Deze methode wordt vooral gebruikt bij plaatsing kleinere elementen zoals kinderkopjes. Bovenop een steenslaglaag of drainerende betonlaag. De natuursteen wordt in een bed van ruw zand gelegd en gemengd met cement. Het geheel goed aantrillen met trilplaat en de voegen opvullen met zilverzand. Vervolgens besproeien en in borstelen. Steeds vaker wordt gekozen voor plaatsing op een laag kalksteenslag 8cm. De voegen vullen met een fijnere kalksteenslag. (zie principeschets).

 

Traditionele plaatsing
Alleen toepasbaar bij grotere tegels met een legmortel op gestabiliseerd zandbed. Bij de plaatsing van tegels met een lage absorptie moet men de onderzijde van de tegel zeer goed afstoffen en een hechtingsvloeistof aanbrengen. De legmortel moet worden voorzien van een toeslagmiddel.

 

Buitenvloer met drainerende fundering of drainagemat
Het toepassen van een wapeningsnet in de dekvloer is absoluut noodzakelijk om zo het risico van scheuren – barsten bij temperatuurschommelingen te vermijden. Men kan de tegels verlijmen of plaatsen in dunne mortellaag van 2 cm. (zie principeschets onder).

 

Vloer gelegd op tegeldragers of drainagemat
Er bestaan 2 technieken: een hechtende en niet hechtende opbouw, bij niet hechtende opbouw kan het water direct weglopen, waardoor de tegels snel kunnen drogen en kans op uitbloeien worden voorkomen.
Niet hechtend: d.m.v. tegeldragers op de afdichting geplaatst. Onder tegeldragers wordt een membraam geplaatst. De tegels min. 3cm dik worden los op de tegeldragers geplaatst, de hoogte onder tegels is minimaal 5 cm om goede beluchting te verkrijgen alsmede bevordering van de waterafvoer. De voegen altijd openlaten. Om de een gunstige afvoer te bevorderen regelmatig vuil onder en tussen de tegels verwijderen. (zie principeschets).Hechtende vloer: De tegels worden geplaatst in een mortelbed of worden verlijmd. Op de afdichtinglaag wordt een drainagemat geplaatst, hierop een dekvloer met een wapeningsnet, de tegels verlijmen dan wel in mortellaag plaatsen.

 

Gevelbekleding
De natuursteen moet vorstbestendig zijn en bestand zijn tegen chemische invloeden, een goede buigsterkte hebben en temperatuur schommelingen kunnen weerstaan. Het is raadzaam om altijd eerst de technische fiche te raadplegen. De dikte is afhankelijk van de aard van het gesteente en manier van verankeren. Platen van 2cm zijn mogelijk alleen zal er dan vaak een andere techniek moeten worden toegepast. De ankers moeten altijd van roestvrij staal zijn. Er bestaan verschillende systemen, o.a. mortelankers, afstandankers, snelmontage ankers. Het voegen gebeurt altijd met een flexibele voeg.
Aan de achterzijde altijd minimaal 20mm vrijlaten voor een goede beluchting van gevelplaten.

 

Plaatsing buitenterrassen
Bij plaatsing buitenterrassen dient altijd een toplaag van ruw (grof) zand te worden gebruikt (gestabiliseerd). Het voordeel hiervan is dat eventuele dikteverschillen dan eenvoudig zijn weg te kloppen. Het alleen plaveien van het zandbed volstaat absoluut niet.
Ook zal de voeg een minimale breedte moeten hebben van 5-8 mm en een minimale diepte van 30 mm, zodat de elastische voegmortel eenvoudig ingeveegd kan worden. Het voordeel is dat de tegels veel stabieler komen te liggen en hol en bolheid van tegels in de voeg opgevangen kan worden.